HOME aamenu ☰ MENU
Deventer,  13-03-25  auteur: René Renders

SOS: P1, Capel met peren!

Na de wederopstanding in Wijchen waren de verwachtingen voor het eerste SOS-team hooggespannen voor de thuiswedstrijd tegen Mook, de plek waar de wieg van mijn vrouw heeft gestaan. Van de schakers uit het dorp ken ik er echter weinig, anders dan Huub Blom, die zich zowel voor de club als de OSBO toch een soort icoon is. Die deed echter niet mee. Het team van Mook was overigens niet te onderschatten, ze hebben zich eerder gehandhaafd in de hoofdklasse en hebben qua ratings een vrij gelijkmatig team.

Dat betekende dat wij op de hoogste borden favoriet waren, en de tegenstanders op de onderste borden mogelijk een licht overwicht hadden. In elk geval vooraf geen zorgen, een overwinning zou een normaal resultaat geweest zijn.
Hoe anders zou het lopen?

Lees verder onder de (gecensureerde) afbeelding

De verwachtingen op de bovenste borden kwamen uit. Jim speelde zijn geliefde opening, waarin hij een nieuwtje had verzonnen. Voor de partij van donderdag kon hij dat nog achter de hand houden, aangezien de tegenstander al snel een ander pad koos. Ten koste van het loperpaar kon Jim, met hulp van een pion op e5, mooie druk opbouwen op de zwarte koningsstelling. Toen die zich probeerde te bevrijden met g5, en daarmee de loper op f4 aanviel, kon Jim die gewoon laten staan, en met zijn mooie e-pion nemen op f6, waarmee tegelijk Dxg7 mat dreigde. Daarmee won Jim een pion, en met de open koning van zwart was de winst daarna niet moeilijk meer.

Max speelde op het hoogste bord tegen de sterkste Mookenaar, die eerder ook voor Almere gespeeld had. Max kreeg een stelling op het bord die hij eerder ook in een wedstrijd tegen Almere gekregen had, al had hij toen een andere tegenstander. Max kreeg al vrij snel een mooie witveldige loper op de a6-f1 diagonaal die de witte ontwikkeling belemmerde. Zijn tegenstander besloot er een stuk voor te offeren, waarna ik dacht dat Max het wel zou moeten kunnen uitschuiven. Gevolg was wel dat Max’ ontwikkeling ook belemmerd werd, reden om het stuk terug te offeren en met een pion extra het eindspel met beiden een toren en gelijke lopers in te gaan. Dit bleek lastiger dan gedacht en Max moest in remise berusten.

Ook Frank speelde remise. Hij besloot niet in te gaan op een theoretisch duel in het Scandinavisch met Pf6, en zette zijn partij rustig op. Er werden wat stukken geruild, dameruil volgde spoedig en Frank leek spel te hebben tegen een achtergebleven pion op b6. Daarbij had hij het theoretisch voordeel van loper tegen paard, waarbij dit stuk ook nog op a8 geposteerd stond, om de zwakke pion te dekken. Anderzijds had de loper van Frank ook weinig bewegingsruimte. Mijn inschatting is dat Frank wat te lang vasthield aan het druk houden op b6, met verdubbelde torens. Gevolg was namelijk dat zwart met zijn toren de a-lijn in kon nemen en eindelijk actief kon worden. Dit maakte het lastig om op winst te spelen, waarop Frank remise aanbood. De tegenstander zag ook niet veel meer, moest doorspelen van zijn teamleider maar al snel kwam een zetherhaling op het bord. Een prima resultaat, gezien de stand op de borden op dat moment.

Mijn eigen partij was als laatste klaar. Ik besloot het met zwart actief op te zetten en kon snel met h5-h4xg3 de witte koningsstelling onder druk zetten. De engine was razend enthousiast, maar mijn tegenstander verdedigde zich taai. Een betere tacticus dan ik zou er echter ongetwijfeld snel doorheen gespeeld hebben. Ik hield wel steeds groot voordeel, maar heb kennelijk meerdere manieren om het uit te maken gemist. In de analyse achteraf waren enkele anderen hier al van overtuigd en inmiddels ikzelf ook. Zoals het nu ging, kon mijn tegenstander zich in razende tijdnood loswerken en moest ik, met mijn ingesloten loper op a7, nog opletten ook. Gelukkig hield ik in deze fase wel het hoofd koel. Hoewel ik een eenvoudig mat in 4 miste (terwijl mijn tegenstander mat in 1 dreigde en ik minder dan een minuut had), kwam er later wel een matnet op het bord.

Tot zover de bovenste borden. Als je weet dat de uitslag uiteindelijk 3-5 is geworden, is ook voor de mindere rekenaars onder de lezers duidelijk dat de positieve berichten daarmee op zijn. Gezien het verloop van de partijen, waarin iedereen kansen heeft gehad op meer, is dit extra teleurstellend. Daarom begrijpelijk dat Robert zich na afloop bediende van een (door hemzelf al gekuiste) uitroep, waarna wij met de gebakken peren achterbleven. Wat de Capellen betreft lieten namelijk zowel vader als zoon zich de kaas van het brood eten. Robert speelde volgens mij een goede partij, waarin hij een pion voor kwam en daar voor de tegenstander weinig tegenover leek te staan. Desondanks lukte het die tegenstander om zodanig te manoeuvreren dat Robert de draad kwijt raakte, met een nul tot gevolg. Bas kwam eveneens erg prettig uit de opening, had met twee torens bezit van de d-lijn en leek met zijn dame op f6 gebruik te kunnen gaan maken van de gaten in de zwarte koningsstelling. De tegenstander wist echter met Ld5 de verbinding tussen de torens te verstoren, waarna de gedroomde aanval weg was en de zwarte pionnenmeerderheid op de damevleugel ineens snel beslissend werd.

Het verlies van deze partijen gebeurde in vrij korte tijd en was voor mij vrij onverwacht, waarmee het tijdens mijn partij al duidelijk was dat we de punten niet in eigen huis zouden houden. De partijen op borden 5 en 8 waren namelijk al eerder verloren gegaan. Ook Gerard had op het laagste bord echter lange tijd het beste van het spel gehad. Zijn tegenstander speelde snel en aanvankelijk niet heel nauwkeurig, waardoor Gerard goed uit de opening kwam en in het vroege middenspel een pion won. Helaas verliep het eindspel vrij tragisch. Dit schrijft hij er zelf over:
"Als witspeler kwam ik in een Siciliaan iets beter uit de opening. Met een aardige, overigens niet al te ingewikkelde combinatie won ik een pion en kreeg daardoor zelfs beslissend voordeel. Ik kon de overwinning al ruiken. Maar tussen droom en daad staan stukken in de weg…
Echter, door een aantal knullige zetten veranderde mijn stelling gaandeweg in een trieste puinhoop. Met een nederlaag als gevolg.”

Matthijs verloor eveneens. Hij schrijft er het volgende over: “Matthijs kwam met zwart aardig uit de opening, maar vond het (te) moeilijk om het juiste plan te bedenken tegen een witte aanval op de koningsvleugel, die werd ondersteund door een loper op b2. Toen Matthijs ' stelling kritiek werd speelde hij een paar goede paardzetten naar voren en liet ook zijn wat zielige loper op b8 weer meedoen in het spel. De stelling was toen gelijk en ingewikkeld; wit sloeg te optimistisch T:g7. Daarna voerde Matthijs een combinatie, die beslissend voordeel had kunnen brengen, verkeerd uit; een wit tussenschaakje (een Mookerslag) besliste de partij. Tegen vier uur 's ochtends sliep Matthijs heerlijk in.”

Al met al toch een teleurstellende wedstrijd voor ons, die de taak die ons te wachten staat voor het vervolg van de competitie wel helder maakt: Winnen en nog eens winnen! Te beginnen tegen medehekkensluiter PION uit Groesbeek, over een klein maandje. Zij vechten natuurlijk ook voor hun laatste kans, dus het zal spannend worden.