DSG Pallas aamenu ☰ MENU
Deventer,  05-02-22  auteur: René Renders

KNSB: Pallas 1 met gelijkspel uit de winterstop

De titel boven dit verslag is met opzet neutraal omdat ik ook nu, een dag na de wedstrijd, niet goed weet of we een punt verloren of gewonnen hebben.
De eerste wedstrijd na een lange pauze was tegen concurrent SISSA, een jong team uit Groningen wat tot vandaag nog puntloos was. Het belang was duidelijk, maar dat was niet direct af te zien aan de kwaliteit van het spel op diverse borden. Als je alle plusje en minnetjes en gelukjes en pechjes tegen elkaar weg zou strepen, is de eindconclusie waarschijnlijk dat we met 4-4 niet eens heel slecht zijn weggekomen. De uitslag kwam als volgt tot stand:
Radboud werd geconfronteerd met een gambietje wat hij niet kende en probeerde met actief spel een tegenaanval op te zetten. Daarvoor kwam hij echter een aantal tempo’s te kort en al snel moest hij een loperinslag op f7 toelaten, met een heel lelijke stelling tot gevolg. Radboud probeerde het nog te rekken om het team niet al te snel op achterstand te laten komen, maar de 0-1 was onvermijdelijk.

Pim zette ons daarna weer op gelijke hoogte. Hij kwam naar zijn zeggen niet echt lekker uit de opening en moest daarom al snel in “schwindelmodus”. Hoewel hij pionverlies niet kon voorkomen, kon hij zwart wel een keuze geven met wel stuk de pion geslagen kon worden. Slaan met de toren was waarschijnlijk beter voor zwart (maar nog steeds ingewikkeld), terwijl slaan met het paard tot geforceerd verlies zou leiden . Gelukkig voor Pim koos zijn tegenstander voor slaan met het paard en was het dus snel 1-1.

Daarna ging het mis bij onze invaller, Remco. Ik heb van die partij niet veel gezien, behalve dat hij een enorme berg stukken gericht had op de vijandelijke koning en naar verluidt zelfs een kwaliteit had gewonnen. Toch stond er ineens een 0 op het wedstrijdformulier. “De man had een gelukje”, was zijn commentaar achteraf.

Morris had wellicht ook een gelukje. Zijn overwinning kwam in elk geval niet door zijn briljante openingsspel. Hij trapte in een vrij oud trucje waardoor hij op zijn minst zijn witvoordeel inleverde. Dat is voor Morris normaal gesproken geen ramp en ook nu kwam hij er schakend redelijk uit, maar voor zover ik het kon zien bezorgde hij zijn tegenstander niet heel veel problemen, en leek die zelfs eeuwig schaak te kunnen houden. Dat zat er blijkbaar toch niet in, en even later stond de dame van Morris op a8 en kon de zwarte koning niet weg zonder dat dit veel materiaal kostte. 2-2 dus, halverwege de wedstrijd.

Niet lang daarna verloor Max. Hij speelde naar zijn eigen zeggen erg slecht. Ik heb er niet veel van mee gekregen, maar zag wel dat hij na de opening een beetje een dam-opstelling had met veel pionnen op witte velden en derhalve wat zwaktes op de andere kleur. Ook kon zijn tegenstander gebruik maken van een open b-lijn, terwijl Max nog niet klaar was met zijn ontwikkeling. Dat liep dus niet goed af.

Arnold kreeg in zijn partij een antieke opening voorgeschoteld, waarvan al 50 jaar of langer bekend is dat die wit niet veel oplevert. Je moet echter maar net weten hoe je hier het beste tegen speelt, aangezien wit wel langdurig via penningen druk op de stelling kan houden. Op den duur lukte het Arnold toch om zich hier onderuit te spelen. Misschien niet op de meest overtuigende manier, maar toch genoeg om een winnend toreneindspel over te houden. Voor de derde keer repareerde Pallas deze middag een achterstand, maar dat moest nog een keer om een wedstrijdpunt over te houden.

Eerst verloor Jim namelijk. Die dacht dat zijn tegenstander in de opening een vreemde zet speelde, maar deze blijkt (nadat ik het zelf even thuis heb opgezocht) eigenlijk heel goed te zijn. Waar iedereen van Pallas (inclusief ondergetekende) dacht dat Jim heel goed stond, bleek dit in de praktijk toch niet helemaal het geval, al had hij het op momenten zijn tegenstander wel moeilijk kunnen maken. In de partij kwam zwart snel met de zware stukken bij de koning van Jim op de koffie, en was zijn vrijpion niet snel genoeg om hiervoor te compenseren. Dit kostte hem een kwaliteit en zijn tegenstander speelde het uiteindelijk netjes uit.

Gelukkig was mijn partij op dat moment al “in hogere zin” beslist, in mijn voordeel. Mijn tegenstander speelde namelijk een erg goede partij waarbij mijn kansen op tegenspel bijtijds doorzag en steeds wat steviger kwam te staan. Aan de andere kant lukte het mij wel om de boel redelijk bij elkaar te houden, wel ten koste van een boel tijd op de klok. Rond zet 30 beging ik een paar onnauwkeurigheden waarvan mijn tegenstander gebruik kon maken en rond zet 35 een pion won. Vreemd genoeg was mijn stelling echter zonder deze pion beter dan met, aangezien mijn loper ineens tot leven kwam. Dit had mijn tegenstander iets te laat door en ging zelf ook een paar keer de fout in. Via een leuk schijnoffer kon ik vervolgens een stuk winnen en daarmee de partij.

Optimistisch gezien staan we nog steeds twee punten boven de streep en is geen van de concurrenten dichterbij gekomen. Wel denk ik dat het spel voor de volgende wedstrijden wat beter zal moeten!